Mark en Iris in Thailand en Cambodja

Mumbai

Ik had van een collega gehoord, dat als je in Mumbai landt, het lijkt alsof je tussen de sloppenwijken landt. Ik vermoedde dat hij overdreef, maar niets was minder waar. Het leek wel of de helft van de stad een sloppenwijk is. De andere helft bestaat uit wolkenkrabbers, eigenlijk zou je Mumbai kunnen omschrijven als het zakelijke hart van India met heel veel armoede.

In de taxi naar ons hotel, stilstaand bij een stoplicht, begon een jongen met een spons ons raam te lappen en heel zielig te kijken. Wat doe je? Geld geven, wegkijken? Het stoplicht sprong op groen, dus voor nu had het probleem zichzelf opgelost. Maar even later lopend over straat waren er ook diverse kinderen die geld wilden. We hadden tot nu toe nog niks gegeven, maar ja, waarom eigenlijk niet? Als je ze daarmee kunt helpen? Maar help je ze er echt mee? Het blijft een moeilijk dilemma... De volgende ochtend besloten toch maar geld te geven. Daar stonden we met ons goede gedrag, de kinderen stroomden toe en bleken ook bijzonder volhardend. 300 meter verderop liepen degene die niets hadden gekregen nog steeds mee. Tja, je kunt niet iedereen geven... Het blijft een beetje dweilen met de kraan open... En meelopen is nog tot daaraantoe, maar de kinderen weten hoe ze je aandacht moeten krijgen, ze raken je aan en trekken aan je, waardoor je jezelf eigenlijk nog meer een egoist voelt. Vervolgens liepen we in de volgende val, 2 monikken wensten ons ‘happy diwali'(het feest van het licht, wordt nu gevierd in India), begonnen ons touwtjes om onze pols om te binden en plaatsten een stip op ons hoofd. Allemaal voor extra geluk. Je denkt een lief gebaar, maar hier bleek voor betaald te moeten worden. We hadden er niet eens om gevraagd! We geven één monnik geld, en zeg dat ze moeten delen, waarop de andere monnik boos op ons wordt, hij wil ook geld. Wat zijn dat voor heiligen, die te beroerd zijn om geld te delen?

Omdat we hier maar een dag verblijven, hebben we ons niet bijzonder verdiept in de stad. We besluiten toch maar de toerist uit te hangen en willen de taxi nemen naar de ‘India Gate'. De taxichauffeur stapt lachend uit en zegt, ‘sir, then you'll have to go to Delhi!', wij kijken elkaar verbaasd aan, vervolgens zegt hij: ‘but I can bring you to the Gateway of India'. Oh, dat is ook goed, haha. De man lacht nog steeds, wij vragen hoeveel het gaat kosten, hij zegt 100 rupies. Dit lijkt ons redelijk, vervolgens begint hij weer te lachen en zegt, het is hier om de hoek, ‘but I can bring you for 50 rupies.‘ Nou ja, om de hoek kunnen we wel lopen. We komen bij het monument aan, een grote boog, gebouwd voor het bezoek van de Britse Koning George de Vijfde. Ironisch genoeg is deze poort 24 jaar later gebruikt om de Engelsen weer uit te zwaaien toen India onafhankelijk werd. Veel mensen komen hier samen, maar meer dan een boog is het ook niet. Dus *klik* foto maken en klaar. Op naar het Taj Mahal Palace, een mooi hotel gebouwd in Mumbai (en Obama is er nu). Toevallig is onze taxichauffeur er ook weer, ik vraag hoeveel het kost naar dit hotel. Hij begint een verhaal over dat je er nu niet in kunt, omdat Obama er is. De buitenkant is ook goed, zeg ik. Hij wil niet zeggen hoeveel het kost tot hij weer begint te lachen: ‘It's just in front of you, madam'. Ok, lekker ingelezen zijn wij weer, haha. De taxichauffeur vindt het wel grappig en biedt ons een toertje door de slums aan, maar omdat we er niet zoveel zin in hebben, slaan we dit maar af.

We gaan nog even wat lopen door Colaba en laten hier de kans om een echte filmster te worden aan ons voorbij gaan: 'Hello sir, I'm from Bollywood, do you want to play in a movie?', klinkt aanlokkelijk, maar helaas geen tijd. We besluiten naar ‘Banganga tank' te gaan. Dit schijnt een wijkje tussen de wolkenkrabbers te zijn met veel tempeltjes en een groot bad waar mensen baden. In dit bad staat een houten paal, volgens de legende heeft Heer Ram dit bad gemaakt door met een houten stok het midden van de aarde aan te geven. Dit blijkt echt een heerlijk rustig plekje te zijn en nog fotogeniek ook!

Op de terugweg begint de taxichauffeur over dat wij de rit gratis krijgen, als we maar langs een winkeltje van hem gaan. We zijn inmmiddels bekend met dit fenomeen, maar hebben er echt geen zin in. De chauffeur blijkt volhardend en zegt dat we naar de winkel moeten. Ik ben er zo klaar mee, dat ik hem nogal dwingend zeg dat ik er niet naar toe wil. Dit is al de tweede keer vandaag dat een chauffeur dit ons wil opdringen, maar ik wil helemaal niet naar een winkeltje, ik wil gewoon naar mijn hotel. Zowel bij de bedelaars, als bij de chauffeurs valt mij op dat de mensen vrij volhardend zijn, maar ik merk dat als ik laat zien dat ik boos wordt, de chauffeur gewoon luistert. Had ik deze techniek maar eerder uitgevonden.

Mumbai is een aparte stad, het heeft veel Engelse invloeden. We hebben zelfs de Indiase 'Big Ben' gezien. Toch merk ik dat ik een beetje klaar ben met het gezeur, als ik iets niet wil, dan wil ik het niet en moet je niet verder zeuren. Het is belangrijk als je Mumbai bezoekt, je een goed humeur hebt, want beetje bij beetje worden hapjes geduld opgegeten. Of ben ik mijn geduld gewoon kwijt geraakt in 3,5 week India? Misschien is het dan stiekem een heel klein beetje fijn om naar huis te gaan?

Reacties

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!